“Voor vluchtelingen die erin slagen België te bereiken, maar die afgesneden van hun gezin leven, is hier een erkenning krijgen een verscheurende ervaring”, vertelt Nadia. “Dikwijls bevinden de achtergebleven familieleden zich in een zeer moeilijke situatie, soms in een vluchtelingenkamp, soms in een buurland waarnaar ze gevlucht zijn. In de meeste gevallen ontbreekt het de vluchteling en zijn familieleden aan financiële middelen om een gezinshereniging te realiseren.”
Het BCHV probeert, samen met alle actoren die een rol spelen in de gezinshereniging en de integratie van die doelgroep, oplossingen te formuleren. Ze proberen ook financieel en organisatorisch te helpen.
Geen giften maar leningen
Sinds de oprichting van een fonds in 2008 kan het BCHV tussenkomen in de kosten voor DNA-tests en tickets voor de overtocht van de gezinsleden. Het fonds doet geen giften maar schrijft leningen uit voor het gezin van de vluchteling.
Tijd
De partners zijn Caritas, Croix-Rouge, Rode Kruis, Protestants Sociaal Centrum, Service Social Aumônerie des Etrangers, Sociaal Centrum De Mutsaard, Socialistische Solidariteit. De afwikkeling van een dossier neemt veel tijd: het duurt gemakkelijk 2,5 jaar voor het eerste familielid kan overkomen. “Ik had zelfs een dossier dat negen jaar aansleepte”, vertelt Nadia.
Inburgeringsproces
“De keuze om de hulp te organiseren via leningen, en dus niet via giften, bleek een interessant neveneffect te hebben”, vervolgt Nadia. “Zolang de lening loopt, volgen we het inburgeringsproces van de familieleden intensief op. Dat levert leerzame maar ontluisterende resultaten op.”
DNA-test
“We hebben gemerkt dat de problemen van overgekomen familieleden al onmiddellijk na de aankomst in België beginnen. Zelfs nadat ze een DNA-test, die de bloedband met de vluchteling bewijst, hebben ondergaan worden veel familieleden van vluchtelingen in de gemeentes waar ze zich willen inschrijven opnieuw onderworpen aan een onderzoek.”
Precaire omstandigheden
“De gemeentes kunnen autonoom hun inschrijvingspolitiek bepalen. Er is geen overleg met de instanties die het vooronderzoek gedaan hebben. Concreet houdt dat in dat die gezinnen, althans in hun beginperiode in België, niet de steun kunnen krijgen waar ze recht op hebben. Ze moeten dikwijls leven in precaire omstandigheden: geldgebrek, slechte behuizing, slechte gezondheid, psychische trauma’s e.d. Er wordt in die periode een put gegraven waar het gezin soms moeilijk uit kan kruipen.”
Statuut
Kinderen die met hun ouder(s) kunnen vluchten krijgen het statuut van vluchteling, zoals hun ouder(s). Dat is niet het geval voor kinderen van erkende vluchtelingen die later naar België komen, via gezinshereniging. Wanneer het kind in België aankomt, krijgt het in principe een elektronische A-kaart met een geldigheidsduur van 1 jaar, verlengbaar. Die kaart wordt telkens verlengd en de kinderen blijven soms tot vijf jaar lang hun precaire statuut behouden.
Grote Gevoelens
“Er zijn gezinnen van erkende vluchtelingen waar de gezinsleden drie verschillende statuten hebben”, aldus Nadia. Bij ‘gezinshereniging’ denkt men gemakkelijk aan Grote Gevoelens, uitzinnige vreugde, lachen en huilen. Dergelijk geluk is zeldzaam.”
Voorzichtig zijn
“Wij waarschuwen de vluchteling dat hij of zij voorzichtig moet zijn met zijn nieuw aangekomen man of vrouw en kinderen. Dikwijls zijn ze al lang van elkaar gescheiden en de familieleden hebben meestal een zware periode achter de rug.
Zij komen aan bij iemand die ze lang niet gezien hebben en zelf veel is veranderd, en in een land dat ze niet kennen. Zowel vaders als moeders huilen meestal bij het weerzien met hun kinderen. Maar in vele culturen is het niet vanzelfsprekend om je gevoelens openlijk te uiten. De aanpassing vraagt tijd en lukt niet altijd.”
Mooi dossier
Een van de mooie dossiers die Nadia heeft meegemaakt, zo vertelt ze, is de hereniging van een Rwandees gezin. “In 1994 was het gezin met zeven kinderen gevlucht naar Congo. Maar in Oost-Congo werden de Rwandezen verantwoordelijk geacht voor de instabiliteit van de regio. Ze waren het mikpunt van gewelddadige acties. Het gezin moest verschillende keren vluchten en werd uit elkaar gerukt.
De vrouw was meermaals het slachtoffer van verkrachtingen. Na een lange lijdensweg kon ze in 2005 via vrienden naar België vluchten. Ze had geen enkel document. Ze wist niet waar haar man en kinderen terecht gekomen waren. In 2009 zijn haar man en vijf van haar kinderen in België aangekomen.
Twee kinderen zijn volwassen, leven in Afrika, maar ook met hen heeft ze terug contact. De vrouw toonde wél haar emoties bij het weerzien met haar man. Ze had de herinnering aan hun leven voor 1994, en besliste dat ze op die basis een nieuw leven in België wilde opbouwen. Toen haar man aankwam heeft ze hem onmiddellijk stevig in haar armen gesloten en hebben ze samen gehuild en gelachen.”